Beurs-en-economie

Hoop op vaccin geeft vertrouwen nieuwe boost

01 december 2020 | Beurs-en-economie

Oktober is vaak een lastige maand voor beleggers. Zeker als er ook een pandemie te bedwingen en een belangrijke verkiezing te organiseren valt. Maar na oktober volgde november, met het nieuws dat een nieuwe president het Witte Huis zal intrekken, en met de hoop dat de eerste vaccins nog dit jaar klaar voor productie zouden zijn. De rit op de rollercoaster was klaar voor een nieuwe klim. Sinds het begin van het jaar kleurt de wereldwijde aandelenindex opnieuw groen (+2,8%, voor de MSCI World in euro, op 30 november). In maart had die index geflirt met de grens van -30%.

Tweede golf verziekt de sfeer

Zonnige terrasjes, gezellige barbecues en uitbundige feestjes rolden tijdens de zomermaanden de rode loper uit voor het coronavirus. Europa, sommige delen van de VS en India moesten in september voor een tweede keer op slot. Gelukkig waren de inperkingen toch minder streng dan tijdens de eerste golf. De scholen en openbare diensten bleven open, waardoor ook de bedrijven zich beter konden organiseren. Daardoor bleef de impact op de economische activiteit relatief beperkt. De Banque de France berekende dat de nieuwe lockdown in Frankrijk de activiteit in november met 12% zou doen afnemen, tegenover 31% in april. De quarantaine doet intussen wat van haar verwacht wordt: het dringt de verspreiding van het virus drastisch terug. In de volgende weken zullen de maatregelen geleidelijk aan versoepeld worden.

Ondertussen stort de farmaceutische industrie zich op het onderzoek naar een vaccin: 47 vaccins worden momenteel klinisch onderzocht. Het Duitse bedrijf BioNTech lijkt, in samenwerking met het Amerikaanse Pfizer, de beste kaarten te hebben. Het vaccin heeft een doeltreffendheid van meer dan 90%. Vanaf het eerste halfjaar van 2021 zou het vaccin dan geleidelijk verdeeld worden. Moderna zit Pfizer en BioNTech evenwel op de hielen, net als AstraZeneca en de universiteit van Oxford.

De pandemie zal een rem blijven zetten op de groei, ook nog voor een deel van 2021. Maar er is hoop. Het vaccin doet de kansen in de strijd tegen dit virus kantelen. Dat is goed nieuws voor het vertrouwen van bedrijven en consumenten.

Overheden zetten zich in de schulden

De overheden en centrale banken deden er alles aan om de productie en consumptie nieuw leven in te blazen. In de ontwikkelde economieën zijn de aangekondigde maatregelen goed voor 20% van het bbp, waarvan 9% in de vorm van steun aan particulieren en bedrijven en 11% in de vorm van krediet of kredietondersteuning. In de opkomende economieën bedragen de overheidsinterventies 5,5% van het bpp, waarvan 3,5% in de vorm van steun.

Dat heeft uiteraard gevolgen voor de overheidsfinanciën: de grafiek hieronder toont hoe corona een put slaat in de begroting van alle overheden. De overheidsschulden zullen 20% stijgen in de ontwikkelde landen en 10% in de groeilanden. De overheidstekorten zullen in 2020 oplopen tot 12,7% van het wereldwijde bbp: 14,4% voor de ontwikkelde landen en 10,7% voor de groeilanden. In de eurozone zal het tekort stijgen tot 10% van het bbp. Dat tekort is voor gemiddeld 60% toe te schrijven aan een verhoging van de uitgaven en voor 40% aan inkomensverlies door een daling van het bbp.

Evolutie overheidstekorten

Bron: IMF verwachtingen en schattingen

De schuldenberg blijft beheersbaar

De schulden van de nieuwe crisis stapelen zich op, en dat terwijl de schulden van de bankencrisis van 2008 nog niet helemaal verteerd zijn. Is dat wel houdbaar? Het antwoord is ja, en wel dankzij de lagerentepolitiek van de centrale banken. Ongeveer 17.000 miljard schulden dragen vandaag een negatieve rente. Resultaat: in verhouding tot het bbp is de rentelast van de ontwikkelde landen de afgelopen 20 jaar met een derde gedaald (van 3,5% naar 2,1% van het bpp), ook al is hun schuldenvolume bijna verdubbeld.

Daar komt nog bij dat de belangrijkste centrale banken momenteel meer schuldpapier kopen dan de overheden schulden uitgeven. Dat komt neer op een officieuze “monetisatie” van de overheidsschuld: schuldpapier wordt snel omgezet naar cash geld. In theorie zou dat moeten leiden tot een waardedaling van de munt en tot inflatie. Maar aangezien alle centrale banken op dezelfde manier handelen, blijven de valuta's onderling stabiel.

Weinig inflatierisico

Zoals we al vaker aanhaalden, hoeven we van de inflatie niet wakker te liggen. Er zijn een hele rist factoren die de prijzen naar beneden drukken. Zo verzwakt de wereldwijde groei als gevolg van de vergrijzing en de stabilisatie van de groei in China. Daarnaast groeide het spaargeld fors aan, uit voorzorg en gedwongen door de lockdown. In de eurozone lag de spaarquote sinds 2013 onder 13,5%, maar steeg ze in 2020 tot bijna 25%. De coronacrisis zet de structurele verzwakking van de wereldwijde groei extra in de verf.

De recente inflatiecijfers bevestigen deze trend: in de eurozone daalde de inflatie van +1,4% in januari tot -0,3% in oktober. In de ontwikkelde economieën dook ze opnieuw onder de grens van 1% en verwacht wordt dat ze de volgende jaren niet boven 1,5 tot 1,9% zal uitkomen. Ook in de groeilanden is de trend dalend, ze zal geleidelijk evolueren van 5% naar 4% in de komende jaren.

De aanhoudend zwakke inflatie geeft de centrale banken dus alle ruimte om hun beleid van lage rentetarieven en monetaire injecties voor lange tijd voort te zetten.

Lees ook ons artikel over de oplossingen om in een dergelijke situatie de koopkracht te handhaven.

Weerkerende politieke rust?

Europa toont hoe consensus een geschikt antwoord kan bieden op de gezondheidscrisis. Duitsland nam het voortouw, en wel door het geweer van schouder te veranderen op het vlak van begrotingsdiscipline. Nadat het een nationaal relanceplan goedgekeurd had voor een bedrag van 5% van het bbp, steunde het ook een uitzonderlijk Europees herstelprogramma van 750 miljard euro, rechtstreeks gefinancierd via de markt. Een paar landen, met Nederland op kop, verzetten zich daar hardnekkig tegen, maar haalden bakzeil. Het programma treedt wellicht in 2021 in werking. Er is ondertussen ook een akkoord bereikt om de uitkering van de subsidies te koppelen aan het naleven van de Europese rechtsregels. Zo moet justitie overal onafhankelijk kunnen optreden. Polen en Hongarije mogen zich terecht geviseerd voelen. Het is een belangrijke stap, die de cohesie binnen de eurozone hopelijk versterkt.

In de Verenigde Staten zal het resultaat van de verkiezingen voor een zekere verlamming zorgen in de binnenlandse politiek. Het land is diep gepolariseerd, en heeft een Democratische president met een overwegend Democratisch Huis van Afgevaardigden tegenover een waarschijnlijk grotendeels Republikeinse Senaat. De presidentiële transitie kondigt zich eveneens moeilijk aan. In zulke situatie is het nog maar de vraag of een nieuw groot relanceplan kans maakt om goedgekeurd te worden. Ook de grote belastinghervorming, die op het programma van de Democraten staat, komt in het gedrang. Op de internationale scène verwachten we een terugkeer van de redelijkheid en een verbetering van de handels- en politieke betrekkingen. Toch zullen de geostrategische spanningen tussen de Verenigde Staten en China allicht aanhouden. De Verenigde Staten worden vaak beschouwd als hoeders van de internationale orde, maar het huidige presidentschap heeft dat vertrouwen in de VS toch ondermijnd. We moeten dus rekening houden met een periode van instabiliteit voor er een nieuw internationaal evenwicht komt.

Herstel na krimp

De wereldeconomie in 2020 zal wellicht fors krimpen, met -4,4%. Alleen China, dat een tweede pandemiegolf heeft kunnen vermijden, zou dit jaar een positieve groei laten optekenen (+1,9%). De verwachte opleving wereldwijd van 5,2% in 2021 zal in de groeilanden (+6%) iets sterker zijn dan in de ontwikkelde landen (+3,9%). De groeilanden zullen vanaf 2021 weer aanknopen met hun niveau van 2019, terwijl de ontwikkelde landen tot in 2022 zouden moeten wachten.

Woelige financiële markten

Na een terugval van 30% in maart hebben de wereldwijde markten zich geleidelijk herpakt. Dat gebeurde dankzij het krachtdadige optreden van overheden en centrale banken, het vaccinoptimisme en de bedrijfsresultaten, die veerkrachtiger bleken dan verwacht.

Dit wereldwijde herstel verhult grote geografische en sectorale verschillen. De traditionele economie wordt het meest getroffen, terwijl de technologie- en farmaceutische sector van de crisis profiteren. De prestatieverschillen tussen de Verenigde Staten, Azië en Europa zijn te verklaren door hun al dan niet efficiënte aanpak van de pandemie en vooral door het relatieve gewicht van de technologiesector op de verschillende markten.

De volgende grafiek illustreert de invloed van de technologiesector op de S&P 500 door de vijf grootste technologiebedrijven (Apple, Google, Microsoft, Amazon en Facebook) uit te sluiten van de Amerikaanse index.

Impact van de top vijf technologiebedrijven op de S&P 500

Bron: Cadelam, Bloomberg

Op 30 november stond de wereldwijde index in euro sinds het begin van het jaar weer in het groen (MSCI World +2,8%). De aandelenbeurzen stegen ook in Azië ex-Japan (MSCI Asia ex-Japan +7,9%), de Verenigde Staten (S&P 500 +5,3%) en Japan (Nikkei +9,4%). Europa dook onder nul (Stoxx Europe 600 -6,4%). In het Verenigd Koninkrijk zorgde een slechte aanpak van de pandemie en de chaotische onderhandelingen over de brexit voor een onverbiddelijke neergang van de beurzen (FTSE -21,4%).

De markten hebben het nieuws over de positieve vaccinresultaten goed onthaald. Dat leidde tot winstnemingen in de technologiesector ten voordele van sectoren uit de traditionele economie, die door de crisis zwaarder getroffen werden. We denken dan onder meer aan de banken, het toerisme en de luchtvaart.

De langetermijnrente herstelde zich in november, maar blijft over het hele jaar bekeken laag: de rente op tienjarige staatsobligaties bedraagt -0,57% in Duitsland en 0,83% in de Verenigde Staten (tegen respectievelijk -0,18% en +1,91% begin 2020). Dankzij het optreden van de Europese Centrale Bank zijn in de eurozone de renteverschillen tussen staatsobligaties van de verschillende landen weer gedaald en keren we terug naar de situatie vóór de crisis. Dat geldt ook voor de rente op bedrijfsobligaties.

De euro kwam sterker uit de crisis: +6,4% sinds 1 januari 2020 ten opzichte van de Amerikaanse dollar, +5,8% tegenover het Britse pond en +2,2% ten opzichte van de yen.

Grondstoffen stabiliseerden op een laag niveau (-18,8% sinds het jaarbegin voor de Thomson Reuters / Core Commodity Index in euro), vooral door de daling van de olieprijs (BRENT -32,3%). De goudkoers steeg sinds het begin van het jaar met 10,3%.

Welke vooruitzichten heeft de belegger?

De centrale banken zullen hun beleid van uiterst lage en vaak negatieve rente nog wel een poos handhaven om de economie te ondersteunen, zolang de inflatie onder controle blijft.

De belegger hoeft van cash of obligatiebeleggingen dus niet veel rendement te verwachten. Als buffer vervullen zij wel nog steeds hun defensieve functie, als de volatiliteit op de markten toeneemt.

De enige activa die een potentieel positief rendement kunnen bieden in reële termen, zijn aandelen. Voor de bedrijven zal 2020 geen vetpot worden (bedrijfswinsten -16% in de VS, -34% in Europa en -13% in Japan), maar vanaf 2021 zouden ze zich moeten herpakken. De koers-winstverhouding van 2021 blijft redelijk (17 in Europa en 21 in de VS). Dat brengt het totale rendement (dividend + gereserveerde winst) voor de belegger op 5 à 6%. De premie ten opzichte van het rendement van cash of obligaties is dus aanzienlijk. Dat verklaart waarom beleggers, ondanks alle onzekerheid over economie en politiek, nog steeds naar aandelen grijpen.

De verstandige belegger zal dus een belangrijk deel van zijn aandelenportefeuille bewaren, aangevuld met een beschermingslaag van obligaties en cash. Zo kan hij woelige periodes op de aandelenmarkten rustig bekijken en zonder al te veel schade doorstaan. Voor het aandelengedeelte is een goede geografische en sectorale spreiding aanbevolen. De voorrang gaat uit naar veerkrachtige sectoren die gewapend zijn voor de uitdagingen van morgen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, milieu en digitalisering.

 
 
Nederlands
Français Nederlands